Ik zal dienen

Ik zat op een middelbare school die in het Latijn ‘Ik zal dienen’ betekent. We hadden een leraar Grieks. Laat ik hem B. noemen. B.’s lessen hadden een strakke indeling, maar meestal stond hij zich in het midden van die lessen een miniconference toe. Om even adem te halen en bij te komen van de stramme rijtjes en vervoegingen. Het waren monologen van zo’n vijf minuten, schat ik achteraf. Ik herinner me twee van die monologen en die gingen veelzeggend genoeg allebei over muziek.

B. had het een keer over ‘van die lui die naar schlagers luisteren’ en dat je die uit het café wegjoeg door Mozart op te zetten. Het kan zijn dat hij het over Corry Konings of André Hazes had, daar wil ik vanaf zijn, maar ik lachte besmuikt mee met mijn klasgenootjes. Een van hen wees er achteraf (B. was geen docent die ons wel eens naar een mening vroeg of zelfs maar enige aanleiding gaf die te uiten) in de muffe kantine van het ‘Ik zal dienen’ fijntjes op dat Mozart toch echt wel klassiek voor beginners is. Ik zou het niet geweten hebben. Bij ons thuis kwamen behalve The Everly Brothers en Roy Orbinson zeker ook de door B. gehekelde schlagers voorbij, maar mijn vader reed met me naar Rotterdam voor Paul Simon toen ik dat vroeg en ik weet zeker dat mijn ouders me ook meegenomen hadden naar de Zauberflöte als ik geweten had wat dat was.

Een andere keer zei B. daags na de dood van Queen-zanger Freddy Mercury (24 november 1991) dat het hier toch echt om een overschat verschijnsel ging. Hij vond het zelfs grappig om de vocale geweldenaar handenwrijvend te bestempelen als ‘Freddie Merkoerie’. Ik kon er niet om lachen. Had B. maar verteld over de Herculesachtige kwaliteiten van Mercury of me toevertrouwd dat de oude Grieken niet zo moeilijk deden over homosexualiteit. Had hij zijn snobisme maar thuisgelaten. Wie weet had ik het gymnasium niet voortijdig verlaten.

Toen ik ‘de mam’ – zo heet ze in Limburg – van de week vertelde dat de dood van David Bowie me zo geraakt had, zei ze iets als: ‘Ach jong toch. Ik was geen fan, maar ik kan me voorstellen dat dat voor jou belangrijk is.’ De wereld draait door van maandag 4 januari was volledig gewijd aan het overlijden van de Britse zanger. Waar op mijn oude school Het Klassieke gold als Het Ware en Verhevene, lijkt men er in dit televisieprogramma van de (van oudsher) socialistische en volksverheffende VARA vanuit te gaan dat we als kijkers tot Inzicht en Schoonheid komen als ons een voortdurend tollende tombola van snippers cultuur, banaliteiten en ditjes en datjes wordt voorgeschoteld. Een minuutje popmuziek, Joost Zwagerman zaliger die over kunst praat, maar ook Patricia Paay en Peter R. de Vries. Er blijft vast wel íets plakken bij de kijker en wie weet nemen we op een goede dag wél de tijd om dat briljante liedje van Typhoon in zijn geheel te beluisteren. Wie weet kopen we zelfs zijn album.

Vorige week maandag leek die sleetse formule doorbroken toen Wende Snijders met The Red Limo String Orchestra in 3:50 zinderende minuten Bowies’ ‘Heroes’ interpreteerde. Mevrouw K. en ik kropen dicht tegen elkaar aan. De wereld en wij zijn kleinzielig en platvoers, maar dankzij de bezielde vertolking van Snijders besefte ik in één lucide moment hoe rijk, divers en gelaagd het oeuvre van David Bowie is. Hoe het ons optilt. Hij werkte als een bezetene en bracht en brengt ons in contact met het beste waar we als mensen toe in staat zijn.

Nadat Snijders weer aan tafel plaats nam naast Ivo van Hove, ging het van kwaad tot erger: Leo Blokhuis stamelde wat, Jet Bussemaker mocht haar zegje doen, etcetera, etcetera. Bladieblah.

Het ‘Ik zal dienen’ bestaat niet meer en B. zal geen les meer geven. Hij zou ongetwijfeld gezegd hebben dat Bowie een over het paard getilde aansteller was. Hij zou zijn blijven vasthouden aan zijn toen al gedateerde opvattingen over hoge en lage cultuur. Toen en nu ervoer ik Het Tragische (zoveel heb ik toch onthouden van die drie jaar Grieks en Latijn) van ons menszijn. Hoe we proberen in contact te komen met iets wat buiten ons zelf ligt, maar daar voortdurend niet in slagen. Doet me zelfs denken aan het verwoede pogen van ene Sysyphos: Als B. begrepen had dat popmuziek voor mij destijds een bereikbaarder middel was dan Homerus en Ovidius, had hij een leerling behouden die wel degelijk intrinsiek gemotiveerd was om naar boven te reiken. En DWDD had helaas niet het lef om het te laten bij Snijders en verzandde in de gebruikelijke moerassigheid waar deze aflevering zo mooi en verheffend had kúnnen zijn.

Maar wat boeit het. De oude meester, de tragikomische muzikale illusionist, de intelligente gentleman is dood. Bowie diende. De kunst, de popmuziek en zijn publiek. Dank je derhalve David Robert Jones. Een diepe buiging. ‘Oh I’ll be free / Just like that bluebird / Oh I’ll be free / Ain’t that just like me.’ (Uit ‘Lazarus’)