Leeve Joep – baptize my soul

‘Welkom in Limburg’, zeg je als je me de donderdag na aswoensdag oppikt van station Venray. Het is een stormachtige dag. De herfst valt nog laat dit jaar. Of juist vroeg: nog vóór het voorjaar. Ruim twee uur eerder stapte ik op Amsterdam Sloterdijk in de intercity. Ik moest omrijden vanwege een ‘aanrijding met persoon’ tussen Den Bosch en Eindhoven. Iemand met teveel storm in het hart, in het hoofd. Wie zal het zeggen? Vandaar dat je naar Venray komt. Voor mij in dit geval handiger dan het station dat dezelfde naam draagt als je woonplaats Horst (spreek uit: Hôrs).

Je denkt met me mee.

Voor een tweede keer hebben we een langere schrijfsessie geboekt voor ons gezamenlijke project ‘Veermannen’. In 2017 was ik voor het eerst bij jou op bezoek met een vintage casetterecorder waar we destijds niet zoveel zinnigs mee aanvingen, maar we spraken, we musiceerden, je gaf me een dikke knoevel op zijn Joeps en we besloten: hier moet kunst van komen. En zo gaat geschieden. Liedjes rond het thema ‘Rivier’. Rijke symboliek waar we nog alle kanten mee op kunnen.

Als er iets is wat ik nu al van jou leer, is dat je die dingen waar je níet goed in bent uit handen geeft. Planning is niet je sterkste kant, beweer je, en daarom ben je zo wijs je te omringen met mensen die je met de organisatie van je project Joep’s Kapel helpen. Vandaar dat ‘s avonds Marlou bij ons aanschuift die met ons in een tijd van niks een PLAN bedenkt voor de komende periode. Wat een opluchting. En het plan is voor nu, in het hier en nu, om eerst maar eens een flinke tijd lekker te schrijven.

‘s Anderdaags – ik heb een beetje een houten kop van de IPA’s van Brouwerij ‘t IJ – neem je me mee naar het kloosterdorp Steyl, net onder Venlo. Je hebt je daar al een paar keer terugtrokken uit het geraas van de wereld en ik krijg als ik met jou ben altijd de indruk dat die retraîtes je veel goeds gebracht hebben. In de ‘onderkerk’ of sarcofaag van het Missiehuis St. Michaël steek ik een kaars op voor onze ontluikende samenwerking. God is geen almachtige Sinterklaas die onze problemen oplost als we maar braaf en hard genoeg bidden, maar toch geloof ik dat het zin heeft om een kaars te ontbranden, om je intenties uit te spreken en je hoop en verlangens naar iets buiten jezelf te verplaatsen. Het maakt nederig en dankbaar.

We nemen gebroederlijk plaats in de kerk voor het fraaie glas-in-lood. Ik meen er een meanderende rivier tussen twee oevers in te zien. Dan schuifelt er een groep pelgrims naar binnen voor het middaggebed. Een man schakelt de lichten in, loopt naar het katheder, slaat een boek open en leest voor. Mijn eerste gedachte is: hij gaat vragen wat jij en ik hier eigenlijk doen. Maar hij zegt dat we onze angsten mogen toevertrouwen aan de Heer.

Er gaat iets open in mij.

Jij hebt ‘t vaak over Het Ondeelbare en in het moment zijn. In ‘Wiet gezoch’ (ver gezocht) van je prachtige nieuwe plaat Los zing je herhaaldelijk hoe jij, en ik als luisteraar dus ook, niet ziet hoe de wereld voor je open ligt als je maar blijft zoeken naar ‘jezelf’. De volgende keer zou ik je graag de muziek van de Frans-Cubaanse zusjes Ibeyi laten horen. In het hip hop-achtige River zingen ze: ‘Carry away my dead leaves/ Let me baptize my soul / with the help of your waters / My ego and my blame/ Let me baptize my soul with the help of your waters.’

Blame gaat bij mij vaak over zelfverwijt. Mijn hoogstpersoonlijke manier om te ontkennen dat de wereld open ligt. Dode bladeren: oude gedachten, oude pijn. Het is afval. Toen jij laatst hier in Amsterdam was, schreven we ‘dank aan de sjtruim’ (stroem in het Hôrster dialect) en zoals wel vaker het geval is, begrijp ik ‘t achteraf pas: niet te ver zoeken en kijken naar Wat Is.

Ik zie naar je uit. Baptize my soul brother.

Harie

Het glas-in-lood van het Missiehuis St. Michaël te Steyl